Blog

Modernisering van Control Self‑Assessment in EMEA: van manuele last naar de juiste zekerheid | Webinar‑takeaways

28 mei 2026
Key messages
  • Het moderniseren van je Control Self‑Assessment‑framework is een structurele noodzaak.
  • Transformeer de CSA van een belastende compliance‑verplichting naar een toekomstgerichte, strategische capability.

Control Self‑Assessment (CSA) klimt snel op de agenda van Boards, Audit Committees en second‑line functies in heel EMEA. Wat historisch vaak werd gezien als een administratieve box‑checking oefening, komt vandaag zwaar onder druk te staan door zowel interne operationele frictie als een steeds strenger regelgevend landschap.

Ons recente webinar Modernizing Control Self‑Assessment in EMEA: from manual burden to intelligent assurance’, georganiseerd door Optro / AuditBoard, bracht inzichten van Annemie Pelgrims, Expert Practice Leader Risk bij TriFinance, en Joke Hoste, Global ERM & Internal Controls Manager bij Bekaert. Zij deelden hun expertise met deelnemers uit diverse organisaties en bespraken hoe een gemoderniseerde CSA je organisatie kan helpen evolueren naar de juiste zekerheid. De huidige bedrijfscontext vraagt om een verschuiving: weg van terugblikkende, jaarlijkse spreadsheetoefeningen, richting continue, evidence‑based aanpak op schaal.

1. Het pijnpunt: waarom traditionele CSA niet meer werkt

Voor veel organisaties wordt het “CSA‑seizoen” met collectieve tegenzin onthaald. De traditionele aanpak steunt zwaar op statische Excel‑vragenlijsten, manuele e‑mailketens, handmatig verzameld bewijs en hectische opvolging. De symptomen zijn herkenbaar voor iedereen die ooit een CSA‑cyclus heeft doorlopen:

  • Hoge manuele inspanning voor zowel control owners als second‑line teams.
  • Excel‑ en e‑mailchaos met inconsistente input en problemen rond versiebeheer.
  • Inconsistente interpretatie en beoordeling van controles doorheen de organisatie.
  • Een momentopname van de controlomgeving in plaats van een actueel beeld.
  • Beperkte zichtbaarheid voor management tot de rapportering is afgerond, vaak maanden na de assessmentperiode.
  • Auditmoeheid door inefficiëntie en overlappende assurance‑activiteiten.

Het resultaat is een CSA‑proces dat grotendeels retrospectief en compliance‑gedreven is. Het bevestigt een jaarlijkse controlestatus en voedt de auditplanning, maar biedt weinig waarde voor realtime besluitvorming. Steeds meer organisaties stellen daarom niet alleen in vraag hoe ze CSA’s uitvoeren, maar ook of het traditionele model überhaupt nog geschikt is voor zijn doel.

2. De EMEA‑regelgevende drijfveren die verandering versnellen

Interne inefficiëntie is maar de helft van het verhaal. Regelgevende instanties in heel EMEA hebben de lat voor interne controle‑assurance fundamenteel verhoogd. Organisaties worden niet langer enkel verwacht controles te hebben; ze moeten duidelijk en consistent kunnen aantonen dat die controles effectief zijn en actief worden opgevolgd in de hele onderneming.

Vier regelgevende drijfveren hertekenen vandaag het CSA‑landschap in EMEA het meest:

  • UK Corporate Governance Code: Sinds de huidige rapporteringscycli verwacht de Code dat Boards van premium‑genoteerde Britse bedrijven een expliciete, verdedigbare verklaring afleggen over de effectiviteit van hun materiële interne controles: financieel, operationeel én compliance‑gerelateerd.
  • EU‑mandaten voor digitale weerbaarheid (NIS2 & DORA): Deze regelgeving gaat verder dan statische compliance en vereist continue monitoring, incident‑paraathheid en proactieve testing. Voor organisaties die onder NIS2 of DORA vallen, zijn jaarlijkse spreadsheetreviews wettelijk onvoldoende.
  • Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD): Nu niet‑financiële rapportering evolueert van beperkte naar redelijke assurance, moeten ESG‑dataverzameling, berekeningen en disclosures dezelfde mate van interne controle en strengheid krijgen als financiële data.
  • COSO‑frameworkupdates: Recente richtlijnen leggen sterk de nadruk op doorlopende monitoring en traceerbare, evidence‑based duurzaamheidsrapportering, en vormen de benchmark waar moderne auditors hun compliance‑beoordeling op baseren.

Deze regelgeving heeft één gemeenschappelijke noemer: ze vereist traceerbaar, realtime bewijs en legt expliciete verantwoordelijkheid op Board‑niveau. De klassieke vraag van het Audit Committee is fundamenteel verschoven van “Heb je de CSA afgerond?” naar “Toon ons het bewijs dat je controles op dit moment werken.”

Toezichthouders in heel EMEA nemen niet langer genoegen met de aanname dat controles werken, ze verwachten dat organisaties dit continu en consistent aantonen. Precies die verschuiving maakt het traditionele CSA‑model onhoudbaar.

Annemie Pelgrims, Expert Practice Leader

3. Het blauwdrukmodel voor moderne, juist zekerheid

De ambitie is duidelijk: verschuif CSA van een jaarlijkse compliance‑oefening naar een intelligent, continu assurance‑mechanisme. In de praktijk betekent dit evolueren naar een target operating model gebaseerd op vier pijlers:

  1. Automation‑first aanpak: Het vervangen van manuele e‑mailopvolging door geautomatiseerde reminders, systeemgestuurde escalatiepaden en lokale workflowtracking.
  2. Gestandaardiseerde workflows: Een uniforme risico‑ en controletaal, uniforme evaluatiecriteria en gestandaardiseerde controledocumentatie over alle entiteiten heen.
  3. Realtime dashboards en analytics: Live analytics en geautomatiseerde heatmaps om controletendensen te monitoren en uitzonderingen te detecteren vóór ze auditissues worden.
  4. Continuous assurance‑capaciteit: CSA‑tools rechtstreeks koppelen aan Key Risk Indicators (KRI’s), interne incidentlogs en geautomatiseerde evidencetesting, zodat je evolueert van statische “campagnes” naar doorlopende inzichten.

4. Het selecteren van tooling en het vermijden van implementatievalkuilen

De markt voor GRC‑platformen is sterk geëvolueerd. Met oplossingen zoals Workiva, ServiceNow, Diligent, Archer, Optro, MetricStream en OneTrust, aangevuld met een nieuwe golf AI‑native spelers, is technologie zelden nog de bottleneck. Het is de implementatiestrategie die het verschil maakt.

Bij het selecteren en implementeren van een GRC‑tool moeten teams platformen beoordelen op vijf kritieke dimensies:

  • Ondersteuning voor continuous assurance: Kan het platform verschillende ritmes aan voor uiteenlopende controletype (bv. dagelijkse IT‑checks versus kwartaalreviews voor financiële controles)?
  • Single source of truth: Kan het risicomatrices, bewijsstukken en issues naadloos beheren over financiële, cyber‑ en ESG‑domeinen heen?
  • Managementinzichten: Levert het besluitvormingsklare data die effectief het gedrag van executives beïnvloedt, of enkel mooie maar inhoudsloze dashboards?
  • Integratiemogelijkheden: Kan het directe datastromen ophalen uit bronsystemen (identity management, HR, ITSM) om evidencetesting te automatiseren en manuele uploads te minimaliseren?
  • AI‑readiness: Kan het artificiële intelligentie inzetten om anomalieën in assessments te detecteren, uitvoeringspatronen te signaleren en te optimaliseren waar menselijke aandacht nodig is?

De grootste fout die we zien, is dat organisaties een GRC‑tool kopen om een CSA‑probleem op te lossen. Technologie versterkt wat je erin stopt; als je CSA‑design niet gestandaardiseerd is, automatiseer je gewoon de inconsistentie. Eerst standaardiseren, daarna opschalen met tooling.

Annemie Pelgrims, Expert Practice Leader

Veelvoorkomende valkuilen om te vermijden

  • Automatiseren van inconsistentie: Een gefragmenteerd proces digitaliseren betekent dat lokale inefficiënties simpelweg worden vastgezet in een digitaal systeem. Standaardiseer eerst het framework; automatiseer pas daarna.
  • Lage adoptie door control owners: Wanneer een tool zware, omslachtige workflows introduceert, ervaren control owners het als een administratieve belasting. Systemen moeten ontworpen zijn met een gebruikservaring die minimale frictie veroorzaakt.
  • Gefragmenteerd eigenaarschap: Wanneer cyber, compliance, internal audit en risk in silo’s opereren, is niemand eigenaar is van het overkoepelende assurance‑verhaal.

CSA‑output wordt gerapporteerd maar niet gebruikt. Dashboards en rapporten worden geproduceerd, maar niet effectief ingezet in management‑ of Boardbesluitvorming. Daardoor blijft CSA een compliance‑oefening in plaats van een strategische input, met kosten maar zonder echte waardecreatie.

Wat CSA duurzaam maakt

Organisaties waar CSA écht werkt, maken vier bewuste keuzes.

Ze:

  1. Standaardiseren vóór automatiseren: Eén gemeenschappelijke scope, taal en beoordelingslogica als basis voor schaalbaarheid.
  2. Technologie inzetten voor efficiëntie en inzicht: Automatisatie, workflows en analytics als enablers, niet als doel op zich.
  3. Gebruiksvriendelijke ervaringen ontwerpen voor control owners: Lage frictie, duidelijke verantwoordelijkheden en praktische workflows die adoptie stimuleren.
  4. CSA‑output actief laten sturen: Ingezet in managementgesprekken en Board‑toezicht, zodat CSA strategische waarde levert in plaats van louter compliance.

Samen transformeren deze keuzes CSA van een verplicht nummer tot een duurzame assurance‑capaciteit die echte waarde toevoegt aan management.

Conclusie: een strategische noodzaak

Het moderniseren van je Control Self‑Assessment‑framework is geen optionele upgrade meer; het is een structurele noodzaak. Aangedreven door het samenkomen van auditmoeheid en strikte EMEA‑regelgeving, kunnen organisaties zich manuele, verouderde processen niet langer veroorloven.

Door workflows te standaardiseren, voor adoptie te ontwerpen en technologie te verankeren rond continue evidence‑verzameling, kunnen organisaties de CSA transformeren van een belastende compliance‑verplichting naar een toekomstgerichte, strategische capability, één waar de Board met vertrouwen achter kan staan.

Hoe kunnen we jou ondersteunen?

Overweeg je om de aanpak van interne controles in jouw organisatie te moderniseren? Neem contact op met ons Risk Advisory‑team om je huidige CSA‑maturiteit te benchmarken en een schaalbare roadmap richting de juiste zekerheid te ontwerpen.