Artikel

Op weg naar een performant lokaal klimaatbeleid

Natalja De Vos Project Consultant TriFinance Public Sector Connect on Linkedin

De European Green Deal, op Vlaams niveau doorvertaald naar het Lokaal Klimaat- en Energiepact en het Burgemeestersconvenant, benadrukken het belang en urgentie van een lokaal transversaal klimaatplan. In 2018 ging de Stad Roeselare samen met TriFinance de uitdaging aan om een programma op te stellen dat door bestuur, administratie en burger werd gedragen. In dit interview blikken Project Consultant Helena Vandekerckhove en Business Manager Bart Van der Velde bij TriFinance Public Sector terug op deze succesvolle case. Ze delen hun inzichten over dit traject om zo ook het bewustzijn en de urgentie bij andere lokale besturen te stimuleren.

In 2017 ondertekende de stad Roeselare het Burgemeestersconvenant. Een jaar later presenteerde het bestuur een klimaatplan voor een klimaatneutraal Roeselare in 2050. Om haar klimaatplan uit te voeren, besloot de stad een programma uit te rollen met organisatiebrede klimaatdoelstellingen. Voor het opstellen en uitvoeren van het programma werkte de stad Roeselare samen met TriFinance Public. Vanaf het prille begin lag de nadruk op co-creatie om een organisatiebrede en gedragen aanpak te verzekeren.

Bio Helena Vandekerckhove: Met een master in de pedagogische wetenschappen startte Helena bij Inagro (land-en tuinbouw) op de afdeling educatie en verbreding. Binnen deze functie lag de focus op verduurzaming van landbouw. Na vier jaar wou Helena haar kennis verbreden binnen de publieke sector. TriFinance was een ideale match aangezien ze zich op korte tijd voor veel verschillende projecten kon engageren. Haar eerste project was bij Stad Roeselare op de aankoopdienst, met de focus op circulaire aankoop. Door de goede samenwerking kwam nadien het klimaatplan snel ter sprake. Met een hart voor de publieke sector en het klimaat was dit project dan ook op Helena haar lijf geschreven.

Helena
Helena

Bio Bart Van der Velde: Vanuit Bart zijn ervaring als schepen van financiën en verschillende bevoegdheden binnen het departement Omgeving (mobiliteit, openbare werken, ruimtelijke ordening) aan de gemeente Niel en bestuurder van de intercommunale IGEAN zag hij snel dat het burgemeestersconvenant vaak een generiek document was met weinig focus en slechts beperkt draagvlak binnen de gemeente. Als Business Manager bij TriFinance stelde hij bovendien vast dat veel lokale besturen zelf niet over de capaciteit en expertise beschikken om een organisatiebreed en gedragen klimaatbeleid op te zetten.

Bart
Bart

Meer transversaal en beleidsmatig te werk gaan

Waar liggen volgens jou vooral de uitdagingen voor lokale besturen?

Helena Vandekerckhove: Lokale besturen worden met verschillende uitdagingen geconfronteerd bij het opzetten, uitvoeren en rapporteren van een klimaatplan. Er dient meer transversaal en beleidsmatiger gewerkt te worden. Om dit in te bedden en om steden en gemeenten te engageren om de klimaat- en energiedoelstellingen van de Europese Unie te behalen werd het Burgemeestersconvenant in het leven geroepen. Het convenant is echter bijzonder abstract opgebouwd en lokale besturen moeten aan de slag met doelstellingen zoals: “Er moet 20% minder energieverbruik zijn.” Het is een grote uitdaging om dit te concretiseren en in te bedden in het meerjarenplan. Vaak hebben gemeenten al een resem aan klimaatacties ondernomen zoals opruimacties of boomplantacties, maar deze zijn niet gelinkt aan de klimaatdoelstellingen. Bovendien worstelt men fel met het becijferen van de klimaatimpact van deze acties.

Daarnaast wordt klimaat vaak gezien als een apart beleidsdomein met een klimaatambtenaar die kleine acties organiseert. Bij alles wat het bestuur onderneemt zou men zich echter moeten afvragen: ”Hoe kunnen we dit duurzaam doen?” Het gaat over een nieuwe mindset waarbij je als organisatie een klimaatbril opzet bij elk project. Hier botst de silowerking, die vroeger is ontstaan om efficiënter te werken, op haar grenzen. Duurzaamheid eist een transversale aanpak over de verschillende beleidsdomeinen in combinatie met met de gehele organisatie.

Bart Van der Velde: We zagen in onze dagelijkse contacten heel veel lokale besturen met deze uitdagingen worstelen. Wanneer ook nog het Lokaal Klimaat- en Energiepact door de Vlaamse Overheid werd gelanceerd, werd de situatie nog prangender. Men had zich wel geëngageerd om de doelstellingen te behalen, maar hoe dit dan concreet aan te pakken was en is voor velen nog een groot vraagteken. De eigen organisatie mist, vaak omwille van haar schaal, de expertise en/of de capaciteit en trekkracht om hier zelf mee aan de slag te gaan.

Doelstellingen concretiseren en expertise samenleggen

Helena, wat was jouw rol in het project bij Stad Roeselare? En hoe heb jij jouw expertise ingezet?

Helena Vandekerckhove: Als programmamanager was ik verantwoordelijk voor het opzetten en daarna opvolgen van een klimaatprogramma. Bij de start van het project heb ik vooral geluisterd naar de verschillende diensten om iedereen op één lijn te krijgen. Het is cruciaal dat zo’n klimaatplan door de volledige administratie wordt gedragen.

Voor we effectief het programma gingen opmaken, hebben we een selectie gemaakt van relevante projecten en acties uit het meerjarenplan. Vervolgens werd een brainstormsessie georganiseerd om de impact hiervan in te schatten. Aan de hand van workshops met alle afdelingen werd het programma verder vormgegeven. Hierbij was het van belang doelstellingen te concretiseren en onze expertise samen te leggen. Vaak is er voldoende kennis binnen het bestuur, maar wordt deze onvoldoende benut door silowerking.

Het is van belang doelstellingen te concretiseren en onze expertise samen te leggen. Vaak is er voldoende kennis binnen het bestuur, maar wordt deze onvoldoende benut door silowerking.

Helena Vandekerckhove, Project Consultant TriFinance Public Sector

De juiste expertise en competenties inzetten

Wat is de kracht van een externe consultant in dit verhaal?

Bart Van der Velde: Veel lokale besturen ontbreken de schaal en de middelen om zelf een klimaat-programmamanager aan te werven. Het is veel realistischer, en volgens mij ook efficiënter, om bijvoorbeeld één jaar lang voor 1 à 2 dagen per week iemand met de juiste expertise en competenties extern in huis te halen om het project te trekken. We hebben het hier niet enkel over duurzaamheidsexpertise, maar ook over project- en veranderingsmanagement vaardigheden. Als je bovendien iemand extern dat specifieke mandaat geeft, geloof ik dat meer medewerkers voor dergelijk traject open staan. Er ligt beleidsmatig immers vaak veel op de plank. De kunst bestaat erin om met alle bouwblokken een nog sterker verhaal te brengen. Overigens spelen er in dergelijke discussies vaak conflicterende belangen. Zo wil de facilitair manager graag de volledige vloot vergroenen terwijl het hoofd van de technische uitvoeringsdienst op de rem staat omwille van bereik en paardenkracht. Ik ben ervan overtuigd dat een consultant hier makkelijker van op een afstand naar kan kijken en zo efficiënter consensus kan creëren.

Helena Vandekerckhove: Als consultant heb je kennis over hoe je een transversale structuur kan inbouwen en hoe deze eruit hoort te zien. Daarenboven is een consultant ook op programmaniveau van meerwaarde om duidelijk de verschillende verantwoordelijkheden en rollen af te bakenen. Het gaat over de juiste mensen op het juiste moment samenbrengen en ondersteunen. Voor elk lokaal bestuur is deze structuur anders, het is maatwerk.

We hebben het hier niet enkel over duurzaamheidsexpertise, maar ook over project- en veranderingsmanagement vaardigheden. Als je bovendien iemand extern dat specifieke mandaat geeft, geloof ik dat meer medewerkers voor dergelijk traject open staan.

Bart Van der Velde, Business Manager TriFinance Public Sector

Draagvlak creëren en behouden

Wat is essentieel om een succesvol klimaatplan op te stellen?

Helena Vandekerckhove: Naast het transversale aspect, is draagvlak creëren en behouden een belangrijke factor. Iedereen holt achter hun projecten aan zonder met elkaar te communiceren en zonder te co-creëren. Het is belangrijk te evolueren naar een lokaal bestuur dat zich samen, met alle interne en externe partners, engageert voor een klimaatplan. Daarnaast moeten geleerde lessen voldoende vertaald worden naar andere diensten en nieuwe projecten. Die reflex zit er vaak nog niet in, bv. wanneer een studiebureau wordt aangesteld bij de heraanleg van een weg, maar daar vervolgens de milieuambtenaar niet bij betrekt. Op zo’n moment worden kansen gemist om, naast onderhoud en veiligheid, duurzaamheid een rol te laten spelen. Het is belangrijk de kennis van de milieuambtenaar maximaal in te zetten. Het is die kennis die doorheen de volledige administratie zou moeten stromen, zodat alle diensten de doelstellingen begrijpen en uitdragen. Het is pas dan dat je aan kennisopbouw, bewustwording en draagvlakcreatie doet.

Bart Van der Velde: Een stap die vaak onderschat wordt, is kijken naar wat er reeds op tafel ligt en dit ook buiten het specifieke milieudomein. Zo kan je bijvoorbeeld met een duurzame fiscaliteit of vergunningsbeleid ook een stevige klimaatimpact realiseren. Een tweede belangrijk aspect is focus. Ga niet voor 20.000 verschillende acties, maar voor prioritaire doelstellingen die van onderuit, door medewerkers en bevolking, worden gedragen. Zet je middelen dus in op één of twee prioriteiten die voor jouw bestuur het meest relevant zijn.

Vergt een gedragen klimaatbeleid geen stevige investering?

Bart Van der Velde: Uiteraard kost koken geld. Het spreekt dus voor zich dat als je acties wil uitrollen en resultaten wil boeken op het terrein, je als bestuur middelen zal moeten voorzien. Er zijn echter binnen het Lokaal Klimaat- en Energiepact voor elke gemeente heel wat Vlaamse middelen beschikbaar die momenteel vaak nog niet worden aangeboord. Zelfs de personeelskost, ook die van een externe consultant, kan je laten subsidiëren. Dus hier zitten zeker mogelijkheden. Bovendien stellen we vast dat er vaak heel wat middelen in het budget voorzien zijn, maar dat ze omwille van reeds aangehaalde uitdagingen, niet besteed kunnen worden.

Er zijn echter binnen het Lokaal Klimaat- en Energiepact voor elke gemeente heel wat Vlaamse middelen beschikbaar die momenteel vaak nog niet worden aangeboord. Zelfs de personeelskost, ook die van een externe consultant, kan je laten subsidiëren.

Bart Van der Velde, Business Manager TriFinance Public Sector

De pandemie heeft de aandacht voor een groene omgeving vergroot

Hoe groot is de impact van de huidige energiepolitiek op het klimaatplan?

Helena Vandekerckhove: De huidige energiepolitiek heeft een grote impact. Energiebesparing en hernieuwbare energie opwekken is nu top of mind bij het bestuur, maar ook bij de burger. Het onbegrip bij de burger is de laatste jaren enorm toegenomen. De pandemie heeft de aandacht voor een groene omgeving vergroot. Een programmawerking biedt het voordeel dat er een overzicht van geplande acties over de legislatuur bestaat, en dat geeft de mogelijkheid aan het bestuur om zich flexibel op te stellen in functie van de opportuniteiten.

Bart Van der Velde: De huidige explosie van de energieprijzen maakt ook dat focussen eenvoudiger wordt en dat ook het rendement en de terugverdientijd van de investeringen flink de hoogte in gaan. Daarnaast denk ik dat de recente gebeurtenissen de publieke opinie ook sterk doen evolueren. Die accepteert geen “nee” of ‘later’ meer als het over het klimaat gaat, ook niet van het lokaal bestuur. We zijn er vast van overtuigd dat lokale besturen hier echt een verschil kunnen én moeten maken. TriFinance Public Sector is alvast bereid om u met raad en daad bij te staan.