Artikel

AI in de directiekamer, van pilot naar prioriteit

23 januari 2026
Dirk van Bastelaere Communication Manager CFO Services and Management Information & Systems Connect on Linkedin

Artificiële intelligentie is het experimentele stadium voorbij. In 2026 is het een economische realiteit met een enorme impact op productiviteit, structuur en concurrentiepositie van bedrijven.

Discussies in de boardroom zijn fundamenteel verschoven van de vraag of AI relevant is, naar wie de strategie moet bepalen, hoe AI waarde creëert en wanneer die waarde zichtbaar moet worden.

Een TriFinance-onderzoek bij 120 Belgische beslissers legt een ongemakkelijke waarheid bloot. Artificiële intelligentie wordt breed erkend als strategisch belangrijk, maar botst in vele organisaties op koudwatervrees en bestuurlijke ambivalentie. De surveyresultaten tonen geen eenduidig ‘AI-verhaal’, maar leggen een spanningsveld bloot tussen strategische ambitie, budgettaire realiteit en technologische onzekerheid.

AI als risico en kans

Een van de grote risico’s die de respondenten voor 2026 zien, is ‘Digitale disruptie, inclusief AI’. Voor 44% van de bevraagden is dat één van de vijf belangrijkste risico’s waarmee hun organisatie geconfronteerd wordt. Het volgt op Talentschaarste (66%), Cyber- en databeveiliging, en Veranderende regulering (beide 60%).

Toh wordt AI in de eerste plaats gezien als een kans. Bijna de helft van de bevraagde C-levels (48%) vindt het gras groener aan de andere kant van de heuvel. Voor hen is AI-gedreven financiële analyse bijvoorbeeld de technologie bij uitstek om efficiëntie binnen het Finance-departement te verhogen. Die relevantie neemt toe naarmate respondenten meer data-savvy zijn.

Terwijl 42% van de CEO’s die mening is toegedaan, stijgt dat cijfer tot 58% van de CFO’s, 67% van de CIO’s en maar liefst 71% van de CDO’s. In bedrijven waar AI helemaal bovenaan het technologische prioriteitenlijstje staat, gelooft zelfs 78% van de respondenten dat AI efficiëntie zal verhogen.

AI: strategisch belang erkend, maar zelden verankerd

De TriFinance surveyresultaten weerspiegelen die spanning. Slechts 12% van de respondenten noemt AI expliciet als allerhoogste technologische prioriteit. Tegelijk hoort AI voor meer dan de helft van de bedrijven (54%) in de top drie van hun techprioriteiten thuis. Dat wijst op brede erkenning van het strategisch belang, maar ook op concurrentie met andere urgente investeringsdomeinen zoals cybersecurity, modernisering van ERP-systemen en compliance. Bijna een derde van de respondenten (32%) beschouwt AI als een lagere prioriteit, terwijl 2,5% toegeeft geen duidelijk beeld te hebben van de plaats van AI op de technologieagenda.

Budgetten volgen strategie of net niet

57% van de respondenten voorziet in een AI-budget, maar 17% zegt expliciet geen budget te hebben en 25% weet zelfs niet of de organisatie een AI-budget heeft gealloceerd. Die onzekerheid is geen randfenomeen. Organisaties die niet weten of er een AI-budget is, zijn ook minder duidelijk over de strategische rol van AI. Onzekerheid over budgetten en onzekerheid over richting gaan hand in hand.

De samenhang met algemene investeringscapaciteit is opvallend. Bedrijven die grotere budgetten hebben uitgetrokken voor technologie tout court (500.000 euro tot meer dan 1 miljoen euro) plaatsen AI beduidend vaker in hun top drie of zelfs als hoogste prioriteit, en beschikken ook vaker over een concreet AI-budget voor 2026. In die categorie combineert een aanzienlijk deel strategische ambitie met financiële slagkracht. Aan de andere kant zien we organisaties met lagere of geen geplande technologie-investeringen, waar AI vaker als lagere prioriteit wordt beschouwd en waar het ontbreken van een AI-budget of onzekerheid daarover overheerst.

Grote generatiekloof tussen jongeren en 55-plussers

Die cijfers over de prioriteit van AI krijgen extra betekenis wanneer we kijken naar rol en leeftijd van de respondenten. Binnen het C-level geeft tweederde van de respondenten (67%) aan dat AI tot hun topprioriteiten behoort, terwijl het voor niet C-level respondenten opvallend vaker een lagere prioriteit is (45%). Onzekerheid over de strategische positie van artificiële intelligentie komt bijna exclusief in die groep voor. Dat wijst op een klassieke breuklijn: AI leeft in strategische discussies aan de top, maar verliest aan gewicht zodra er sprake is van concrete keuzes of initiatieven lager in de organisatie.

Leeftijd versterkt dit patroon. Jongere respondenten (≤34 jaar) tonen het meeste enthousiasme: meer dan een kwart (28%) ziet AI als hoogste prioriteit. Voor 67% staat AI in hun Top-3 van prioriteiten. Ze aar gaan ze nog nipt de cohorte van 35- tot 54-jarige C-levels vooraf, wat een opmerkelijke generatiekloof blootlegt.

Niet alleen geeft amper 11% van de respondenten in de leeftijdsklasse van 35 tot 54 aan dat AI hoogste prioriteit is, 54% van de 55-plussers geeft expliciet aan dat artificiële intelligentie voor hen lagere prioriteit heeft, waardoor zich een enorme generatiekloof gaapt tussen deze cohorte en de jongeren. Bij de 35- tot 54 jarigen zegt 28% dat AI lagere prioriteit heeft en bij de min-34 jarigen geeft niemand dat antwoord.

Met voorsprong de kampioenen van AI zijn de min 34-jarigen. Voor liefst 95% van deze groep is AI de topprioriteit of staat het in de Top-3 van prioriteiten.